Ticketverkoop
Ticketverkoop is alles wat er gebeurt tussen de aankondiging van je activiteit en het moment dat iemand met een geldige code binnenstapt.
Een korte pagina per begrip: wat het betekent, waar het in de praktijk misloopt, en hoe het bij ons werkt.
Iedereen die toegang verkoopt, botst op dezelfde handvol woorden, en niemand heeft ze ooit geleerd. De penningmeester die een gratis ticketsysteem zoekt, de conservator die tijdsloten invoert en de vrijwilliger die aan de deur moet scannen, lezen dezelfde woordenschat van drie kanten. Deze pagina zet ze op een rij: wat elk begrip betekent, waar de praktische adder zit, en waar het bij ons in de software terugkomt.
Ticketverkoop is alles wat er gebeurt tussen de aankondiging van je activiteit en het moment dat iemand met een geldige code binnenstapt.
Een ticketshop is de pagina waar je bezoeker zijn ticket kiest, betaalt en meteen daarna in zijn mailbox terugvindt.
Een e-ticket is het toegangsbewijs dat je bezoeker per mail krijgt en op zijn telefoon toont, met een code die aan de deur gelezen wordt.
Een toegangsticket geeft recht op binnenkomen: op een dag, op een uur of op een plaats, en het wordt aan de deur een keer geldig verklaard.
Kaartverkoop is het oudste woord van dit vak: kaartjes verkopen aan leden, familie en buren, vroeger op papier, nu meestal met een link erbij.
Voorverkoop is verkopen voor de dag zelf, zodat je weet hoeveel volk er komt nog voor je de eerste inkoop doet.
Ook wie niets vraagt aan de deur, heeft baat bij een ticket: het is de enige manier om vooraf te weten hoeveel stoelen je klaarzet.
Een ticketsysteem is het geheel dat je verkoop, je capaciteit en je controle aan de deur in een samenhangend verhaal houdt.
De keuze voor ticketing software gaat zelden over de functielijst en bijna altijd over het verdienmodel dat eronder zit.
Een ticketmodule zet de verkoop midden in je eigen site, zodat je bezoeker niet naar een vreemd adres moet doorklikken om te betalen.
Een ticketshop op je eigen domein houdt je bezoeker binnen je eigen merk, van de aankondiging tot de bevestigingsmail.
Een ticket-app is de telefoon van de organisator: daarin zit de verkoop van vandaag, de lijst van straks en de scanner van aan de deur.
Toegangscontrole is de laatste stap van je verkoop: aan de deur beslist iemand in twee seconden of deze bezoeker binnen mag.
Tickets scannen is de camera van een telefoon op een code richten en wachten op een antwoord dat groot genoeg is om in het donker te lezen.
Op elk ticket staat een QR-code die maar een ding doet: een bezoeker koppelen aan de plaats die hij gekocht heeft.
In een kelderzaal, een tent of een kasteel valt het netwerk weg op het slechtste moment: precies wanneer er driehonderd mensen aanschuiven.
Ticketfraude bij een vereniging is zelden georganiseerd: het is meestal een schermafbeelding die een keer te vaak doorgestuurd werd.
Een gastenlijst is de lijst van mensen die binnen mogen zonder te betalen: sponsors, medewerkers, pers en wie mee heeft opgebouwd.
Ticketvalidatie is het moment waarop een code van geldig naar gebruikt gaat, en dat moment hoort maar een enkele keer te kunnen gebeuren.
Een kassasysteem aan de balie verkoopt wat er online ook te koop staat, met dezelfde prijzen en dezelfde capaciteit erachter.
Balieverkoop is de verkoop ter plaatse: aan de kassa van je museum, aan de ingang van de zaal of aan een tafel bij de inkom.
Een kassabon is het bewijs van de betaling en niet het ticket zelf: die twee worden aan de balie geregeld door elkaar gehaald.
Een betaalterminal maakt van je balie een gewoon verkooppunt: de bezoeker houdt zijn kaart voor en de verkoop staat meteen in je overzicht.
De dagafsluiting is het moment waarop je de lade telt en de kassa vastlegt wat er die dag door je handen gegaan is.
Een tijdslotreservering verkoopt geen dag maar een uur, zodat er nooit meer mensen tegelijk binnen zijn dan je aankan.
Online reserveren is een plaats vastzetten zonder dat er iemand aan de telefoon moet hangen, en liefst met de betaling er meteen bij.
Capaciteitsbeheer is bepalen hoeveel mensen er tegelijk binnen mogen, en die grens laten gelden voor al je verkooppunten tegelijk.
Een wachtlijst houdt de mensen bij die te laat waren, zodat een plaats die vrijkomt niet onopgemerkt leeg blijft staan.
Een reserveringssysteem beheert je agenda: het weet wat er vrij is, zet vast wat geboekt wordt en zegt nee zodra het vol zit.
Inschrijvingen zijn de vorm die ticketverkoop aanneemt wanneer er geen kaartje is maar wel een lijst met namen die moet kloppen.
Een inschrijfformulier vraagt wat je echt nodig hebt en laat de rest weg, want elk extra veld kost je een stukje van je inschrijvingen.
De deelnemerslijst is het blad dat je vroeger meenam naar de zaal, behalve dat het vandaag gewoon op je telefoon staat.
Een jaarkaart verkoopt geen bezoek maar een periode: de drager komt zo vaak binnen als hij wil, telkens met dezelfde code.
Een wallet-ticket zit in de kaartenmap van de telefoon, naast de bankkaart en de instapkaarten, en is daar altijd terug te vinden.
Een mobiel ticket is gewoon je toegangsbewijs op een scherm, en dat is intussen de manier waarop de meeste bezoekers binnenkomen.
De betaalprovider verwerkt de betaling van je bezoeker en zet het geld op een rekening: die van jou, of die van het platform.
De betaalmethoden die je aanbiedt, bepalen hoeveel mensen hun bestelling ook echt afronden; wat ontbreekt, merk je zelden.
De uitbetaling is het moment waarop de opbrengst van je verkoop effectief op je bankrekening staat en je ermee aan de slag kan.
Servicekosten zijn het bedrag dat bovenop de ticketprijs komt en dat bijna altijd naar het platform gaat, niet naar de organisator.
De kosten per ticket zijn het bedrag dat een platform per verkochte kaart inhoudt, en dat bedrag vermenigvuldigt zich met je publiek.
Zonder commissie wil zeggen dat niemand een percentage van je omzet afhoudt: wat je verkoopt, blijft integraal van jou.
Een cadeaubon is vooruitbetaald geld van een bezoeker: een saldo dat opgaat, en geen percentage dat van een prijs afgetrokken wordt.